grammatica, werkwoorden Taaltip: hij wilt of hij wil? Het is een bekend twijfelgeval: is het nou hij wilt of hij wil? Waar komt die twijfel eigenlijk vandaan? Hij wil is de enige juiste vorm. Willen is een onregelmatig werkwoord, waarvan de hij/zij-vorm zonder - t is. Verreweg de meeste werkwoorden zijn in de tegenwoordige tijd regelmatig.
Is het nu hij wil of hij wilt? Speciaal voor iedereen die dit, net als ik, lastig vindt, deze uitlegvideo! Daarin geef ik je hét antwoord op deze vraag én ee
Voorbeeld: Reguliere werkwoorden Ik doe, zij doet Ik loop, zij loopt Ik vraag, zij vraagt Bij de werkwoorden willen, mogen, kunnen en zullen is de derde persoon enkelvoud (hij, zij, het) hetzelfde als de eerste persoon enkelvoud (ik). De tweede vorm enkelvoud mag met t (jij wilt) of zonder t (jij wil), maar de vorm zonder t is informeler.
Zoals je in het vervoegingsschema van 'willen' hebt kunnen zien, schrijf je in alle gevallen 'hij wil'. 'Hij wilt' bestaat niet. Ook niet om aan te geven dat de tekst of boodschap formeel is. Deze vervoeging is de grootste onregelmatigheid in de vervoeging van het werkwoord 'willen'.
Hij wil / wil hij is de enige juiste vorm. Hij wilt / wilt hij is fout. Sorry. Voorbeelden Mark wil graag goed Nederlands spreken. Als mijn moeder langskomt, wil ze altijd met de kleinkinderen een ijsje halen. Even opletten Het werkwoord willen wordt onregelmatig vervoegd.
Vervoeging: ik wil, je wilt / wil, u wilt / wil, hij wil, wij willen; ik wilde / wou, wij wilden; ik heb gewild; Bij de je/jij- en de u-vorm is er vaak twijfel over de keuze tussen wilt en wil.. Je wilt en je wil zijn allebei correct. De vorm wilt is de neutrale vorm in het hele taalgebied: je wilt, jij wilt.In België is ook de vorm wil neutraal; in Nederland wordt die als informeler
.